Hoe moet je dit, hoe moet je daar, hoe moet je zus, hoe moet je zo?
Mevrouw Dankfort (1923) vertelt over haar beweegredenen om naar Nederland te komen.
Er wordt me weleens gevraagd of ik verlang naar Suriname, maar dat is totaal niet. Het was een heel andere tijd, andere mensen. Ze willen jou ook daar niet meer hebben: je bent dit, je bent dat. Je moet steeds geld geven. De mensen daar zijn heel anders grootgebracht. Ik heb de tijd meegemaakt dat de Hollanders het daar te vertellen hadden. Je werd ook zo, je mocht geen Surinaams spreken. Daarbij had ik een Hollandse grootvader, die was marinier: ik kom uit een Duitse vader en een Zeeuwse moeder. Dus die bracht al die regels die je had in Nederland bij ons thuis, waren Hollands. We hadden twee erven met het grootouderlijk huis. Daar ben ik grootgebracht. Wat in Nederland gebeurde, gebeurde ook daar in huis. Dus dat verschil is zo ontzettend groot, qua opvoeding. Dat hangt er vanaf welke huishouding je opgroeit.
Als je dan komt, zal je moeten aanpassen en ja, ik ben met een doel naar Holland gekomen, dat heb ik bereikt en dan ga ik niet terug.
Ik had in Suriname een verpleegkundige opleiding gehad, verpleegkundige A: ik was maatschappelijk werkster, ik werkte in een lepradorp, de Esther stichting. En ik wilde verder studeren. Er was een groep Hollandse vrouwen van wie de mannen daar uitgezonden waren en hebben ze een groep gevormd voor de ex-lepralijders. Na mijn trouwen ging ik niet meer de hele dag werken en kwam bij de leprapolie. Er was een dokter daar, die zei tegen mij: “Ga verder studeren!” Elke keer weer zei hij dat tegen mij en toen ben ik gaan nadenken. Toen heb ik hier gesolliciteerd hier, om met psychisch gestoorde mensen om te gaan, want dat had ik nog niet aangepakt. Toen ben ik hier terecht gekomen, mijn zus woonde al jaren in Limburg, die ving me op, daar heb ik twee maanden gezeten en toen kon ik werken in het Slotervaart verpleeghuis.
Ik was veertig toen ik in Slotervaart kwam, tussen allemaal jonge meisjes: die hielden afstand. In grammatica was ik heel goed toen. Heb nooit moeilijkheden met ze gehad. Ik kwam individueel, ik kon goed leren. Ik heb twee maanden bij mijn zus gezeten en toen ben ik naar Amsterdam verhuisd. Mijn nichtje heeft me daar opgevangen. Ik ging nog uit, ik ging overal om informatie te winnen. Elke woensdag en donderdag was ik vrij: dan ging ik de stad in om te vragen hoe doen ze zo.
Ik vroeg alles: “Hoe moet je dit, hoe moet je daar, hoe moet je zus, hoe moet je zo?”
Voeg een reactie toe