Your browser doesn't seem to support JavaScript, or it is turned off.
verhaal

Er was geen trein, er was geen metro, de bus ging om het uur

Een dak boven je hoofd regelen en voor je gezin: Mevrouw Dankfort (1923) vertelt over hoe zij dat aanpakte.

En in datzelfde jaar, want ik was moeder van zeven kinderen en ik was net gescheiden. Toen was ik bij mijn ouders, toen heb ik drie kinderen laten overkomen. Ik ging ’s avonds kantoren schoonmaken om geld te sparen om de reis te betalen.
Ik moet zeggen, ik ben heel goed opgevangen hier in Holland. Ik heb nooit problemen gehad., ik heb op goede kamers gewoond, overal waar ik kwam, werd hulp aangeboden.
Ik ben erg ondernemend, ik stap gewoon naar binnen en vraag gewoon: hoe zit dat, wat kan ik doen
Dat heeft me geholpen, in drie jaar heb ik alle zeven kinderen hier. En met werk. 1 januari 1967 was dat.
Ik denk dat ik het verhaal van mijn dochter heb verteld? Ik durfde heel veel. Toen ik bij mijn nichtje ingetrokken ben, toen wilde ik zo gauw mogelijk naar een eigen woning. Maar dat kreeg je niet makkelijk in Amsterdam. Toen ben ik met twee andere collega’s gaan wonen. Op een kamer, een kleine kamer. Mijn dochter woonde al twee jaar hier. Die is er ook ingebracht op die kamer.
Was een hele goede hospita. Ik heb altijd geluk gehad, ik ben nooit afgewezen. Nooit, nooit, nooit.
Toen kwam een familielid van mijn man aan de deur, die zegt, “Ik heb een hele grote kamer. Ik krijg een huis en de kamer waar ik woon, aan de Lairessestraat in een heel prachtige buurt, komt vrij”. Toen ben ik daar in getrokken en een maand later kwam er weer een kamer vrij. Toen heb ik het voor mijn kinderen genomen. Zo zijn we bij elkaar gekomen. Ik heb moet zeggen, ik ben op zich erg ondernemend, het kan me niet schelen. Je kan vragen.
Het verschil, ik heb alles zelf moeten oplossen . En ik had een dochter. Ik ging naar het Maarten Luther verpleeghuis. Een verpleeghuis, toen ging ik daar solliciteren voor haar. Toen vroeg die zuster me:
“Wanneer bent u geboren?” Ik zei “5 juni 1950”. Ze bleef me aankijken: “Ik geloof u niet”. Ik zei: “Wat gelooft u niet, ik zit niet te liegen?” Ik zeg: “Oh, wacht, ik zal het verklaren: ik zit hier niet voor mij, ik zit hier voor mijn dochter!” Waar is uw dochter dan?” “Die komt over twee weken uit Suriname en die heeft een dak boven haar hoofd nodig, want ik heb geen ruimte”. Ik ben altijd goed geholpen, ik kan niks over de Hollanders zeggen, waar ik ook kwam, kreeg ik hulp. Ik had wel een hospita die op ons geld belust was, maar goed, ik had een dak nodig boven mijn hoofd.
Ik betaalde toen, in die tijd, driehonderd gulden voor een kamer en zij had een huisje waar zij nog geen honderd gulden voor betaalde. Maar ze was, ik lette er niet op, er was een student boven mij, die zei, je moet het aanbrengen. Ik zei: “Als je me een kamer geeft!”. Uiteindelijk heb ik toch bij haar – ze sliep in de woonkamer – heb ik toch alle drie de slaapkamers bij haar gehuurd. Ik vond het wel veel geld.
En toen de Bijlmer begon, toen de eerste flat werd gebouwd.
Toen was er iets met de buren aan de hand, met de huur en ik durfde niet meer. Dus toen de tweede flat werd gebouwd, dat was Hofgeest. Toen waren alle kinderen over. Daar heb ik 28 jaar gewoond, heel prettig.
Er was geen trein, er was geen metro, de bus ging om het uur, brood haalde ik in de Wibautstraat, daar was een bakkerij.
Ik heb er prettig gewoond, ik probeer me aan te passen. Er wordt me gevraagd:
“Verlang je niet naar Suriname?” “Nee.” Omdat ze mij niet willen accepteren hoe ik ben. Omdat mensen denken, ik heb veel geld, ik heb dit en ik heb dat. En ik ben met een doel hierheen gekomen. Ik heb mijn doel bereikt en daar hou ik me aan, ik ga niet terug, ik ga niet terug naar af. Dat doe ik niet.

Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website

titel *verplicht

reactie

Houd me op de hoogte

naam

email